In gesprek met pastoor Jansen

Hij is al enkele maanden onze pastoor. Door corona ontmoeten we hem weinig in het echt. Hoog tijd om hem wat persoonlijke vragen te stellen. Het is maart; het regent, waait en het is waterkoud. ‘Maartse buien’, zegt pastoor Jansen. We zitten in zijn kamer in Delden. Een prettig vertrek, ik voel me meteen op mijn gemak.

Om te beginnen: wanneer besefte je dat je priester wilde worden?

‘Ik kom uit een gelovig gezin. We baden elke dag. Mijn ouders waren actief in het kerkelijk leven in Gendringen, in de Achterhoek. Het geloof was een warme deken zonder dwang. Mijn ouders zijn katholiek zonder opsmuk geweest. Het hoorde bij de orde van de week. Niet opvallend maar wel betrokken. Het werd me met de paplepel ingegeven: ik ben een paplepelkatholiek. Na de middelbare school studeerde ik hbo-verpleging. Op Sinterklaasavond, ik was 19, heb ik mijn vader, moeder en broer Mike tijdens het gourmetten verteld ik dat ik priester wilde worden. Mijn vader reageerde heel nuchter en vroeg: ‘Echt?’ en keek meteen hoe dat geregeld kon worden.’

Heb je een levensmotto?

‘Ja, psalm 84: ‘Gelukkig is de mens die zijn vertrouwen in u stelt.’ Dat motto komt altijd terug in mijn leven, bij mijn wijding, bij de uitvaart van mijn moeder, toen ik afscheid nam van mijn vorige parochie en vele andere mijlpalen in mijn leven. Het is een tekst die mij steeds weer bemoedigt en sterkt, en mij vreugde geeft.’

Wie is je grote voorbeeld?

(Zonder nadenken:) ‘Maria. Er is een werk van Rembrandt waarin Maria twee bewegingen maakt. Er is een overgave, een ontvangen maar ook een gevoel van kan ik wel wat me gevraagd wordt, is het niet te groot voor mij? Dat gevoel ken ik ook: is het niet te groot voor me? Maar hoe langer ik priester ben, des te meer groeit het besef, dat ik er niet alleen voor sta. Dat geeft vertrouwen.’

Zou je iets over jezelf willen vertellen, wat we absoluut niet zouden verwachten?

‘Ik houd van lichte klassieke muziek voor overdag, tijdens het werken, en wordt telkens weer ontroerd door Mendelssohn, psalm 42: ‘Wie der Hirsch schreit.’ Dit is muziek die mij echt raakt. Die mij ontroert. Maar ik luister ook naar Nederlandse muziek, naar André Hazes en naar Duitse schlagers. De eenvoud en de cadans is af toe
heerlijk. De teksten zeggen niets maar de muziek is ontspannend, ze maakt je hoofd leeg.’

Welke film heeft je echt geraakt?

‘Dat is de film Schindler’s List. En dat in combinatie met een bezoek aan Dachau. Het verschrikkelijke kwaad van de vernietiging van de Joden in de Tweede Wereldoorlog raakt je tot op het bot. En in deze verschrikkelijke wereld waarin de fabrikant Schindler leeft en werkt en waar hij deel van uit maakt, is er ook in het verborgene iets goeds. Schindler heeft onder de ogen van de SS 1100 joden gered. Dit lijden van het Joodse volk maar ook het lijden van ouders die een kind verliezen, ik heb het pas nog meegemaakt, is onverklaarbaar, oneerlijk. Ik kan daar niet mee overweg. Ik begrijp het niet maar ook deze onmacht leg ik aan God voor… dan worstel ik met God…’

Heeft iemand je wel eens verweten dat je katholiek bent?

‘Tijdens de ophef over het seksueel misbruik in de kerk ben ik daar vaak op aangesproken. In het begin heb ik het instituut kerk verdedigd. Dat was helemaal verkeerd. De vicevoorzitter van het kerkbestuur vroeg me: ‘Wat doet het jou persoonlijk?’ Ik vind het verschrikkelijk dat dit in onze kerk gebeurd is. Het meest pijnlijke is dat de kerk moet opkomen voor de kleinen en het kwetsbare en dat niet heeft gedaan. Dat heeft het vertrouwen en de geloofwaardigheid enorm geschaad. Ik mag niet grijs maken wat zwart is want het is een zwarte bladzijde in de geschiedenis van onze kerk. Maar ik ben geen dader en de meeste katholieken zijn dat niet. Maar het blijft een zwarte bladzijde.’

Tot slot: Is er een gezegde van je vader of moeder dat je is bijgebleven, dat je nu nog wat doet?

‘Ja zeker, het zijn twee uitspraken van mijn vader die voor mij nog steeds van belang zijn: ‘Zeg wat je denkt, zonder onderscheid des persoons, als je om je mening wordt gevraagd. Dat kan ook iets aardigs zijn, hoor.’ En: ‘Je hoeft je niet kleiner te maken dan je bent, je moet je niet groter maken dan je bent. Wees jezelf en ken je grenzen.’

Tekst: Bernard Korbeld
Foto: Eduard Meeste