VAN OUD NAAR NIEUW

Wees gerust, ik zal het niet nu al hebben over gourmetten, vuurwerk, kerstbomen en oliebollen. Dat laat ik wel aan de middenstand over. We hebben nog maar net de, zeker dit jaar, wonderbare kleurenpracht van de herfst achter ons en de nu stille natuur gaat de winter in. Ook wij trekken ons terug naar binnen in het licht van de schemerlampen en de warmte van de kachel. Buiten koud en de avonden lang en donker.

Tijd vol van gevoelens.

Kinderen beginnen de nachtjes te tellen tot Sinterklaas, jongeren kunnen inderdaad al aan het vuurwerk denken, anderen denken al na over de plaats van de kerstboom, het kerstmenu of wie uit te nodigen tijdens de kerstdagen. Menigeen raakt ook vervuld met weemoed naar gelukkiger tijden of ziet op tegen deze sfeervolle dagen, omdat juist dan een lege plek zo pijnlijk leeg is. Een tijd zo vol van gevoelens en opeenvolgende festiviteiten, dat we onliturgisch-jaar-nieuwszelf soms kwijt raken of soms zelfs liever kwijt zijn en blij zijn wanneer het leven in januari weer ‘normaal‘ wordt. “Hèhè, dat hebben we weer gehad!”

Vrede met onszelf en met elkaar

In deze tijd gaan we in het kerkelijk jaar van oud naar nieuw. In het weekend van 20 november vierden we Christus Koning. De afsluiting van een kerkelijk jaar, waarin we vanaf kerst vorig jaar Jezus gevolgd hebben en erkennen: ‘Ja, Hij is een ware koning! De herder, die voorop gaat naar vrede met onszelf en met elkaar, die richting wijst en omziet naar zijn schapen, die verloren dreigen te lopen.” Naar zo iemand kunnen we uitzien. Naar zo iemand mogen we verlangen. Juist in een tijd van donkere dagen en koude, kunnen we van zo iemand dromen. Een tijd waarin de sfeer tussen mensen en in de wereld weer harder wordt en we onszelf soms machteloos speelbal voelen in de greep van het grote geld en de machtspolitiek.

Van arts naar tollenaar

Met dit verlangen begint dan ook het nieuwe kerkelijke jaar. Het verlangen van de advent, van uitzien naar Hij die komt. We beginnen ook een nieuw lezingencyclus. Was het vorig jaar (C-jaar) in de evangelielezingen de arts Lucas, die benadrukte hoe Jezus, als de Christus, op vele manieren genezing bracht en brengt. In het nieuwe jaar (A-jaar) zullen we vooral de oud-tollenaar Mattheüs horen, die benadrukt hoe in Jezus de God van het ‘Oude’ Testament in ons midden aanwezig komt, de God van bevrijding uit slavernij en onrecht.

Tijd van verwachting

Juist daarom is de advent ook zo belangrijk en moeten we oppassen het huis gelijk vol te zetten met kerstbomen. Wat is Sinterklaas voor een kind, als daar niet de spanning is van de dagen en het aantal nachtjes daarvoor. Als er geen tijd van verwachting is, van groeiend verlangen, hoe kun je dan vreugde vinden in de geboorte van een kind? Het kunnen luisteren naar onze gevoelens en verlangens, die juist in deze tijd zo naar boven kunnen komen, helpt om te ontdekken wat echt vrede brengt en om dat in het kerstfeest te herkennen en te beleven.

Onszelf hervinden

Dat kan maken, dat we niet terug vluchten naar het ‘normale’ leven, maar juist vanuit die verlangens onszelf hervinden. Dat we ook zelf van oud naar nieuw gaan in hoe we werkelijk onszelf en met elkaar willen zijn. In de Geest van Hem, die we in het nieuwe jaar weer zullen volgen om dan opnieuw te kunnen vieren: “Ja, Hij is een ware koning”.

Maar we beginnen weer met de advent. Neem er de tijd voor. Om te luisteren naar ons eigen en elkaars verlangen, om het te doen groeien van eerst 1 kaarsje, dan 2……tot de adventskrans van verlangen voluit brandt en we samen de vervulling mogen vieren in de geboorte van het Kind van Kerstmis.

Pastoraal werker Henk Ogink